Informatie voor ouders

In de VO Gids staat heel veel informatie over onderwerpen die belangrijk zijn als je kind naar het voortgezet onderwijs gaat. Omdat we niet alle interessante artikelen en webadressen in de gids kunnen opnemen, vind je ze hier op onze website.

Hieronder staan een aantal artikelen uit de VO Gids met in de meeste gevallen links om je verder te helpen.

Wat kost het onderwijs?

Hoe zit het eigenlijk met de kosten van voortgezet onderwijs?
Op het voortgezet onderwijs gaat veel veranderen in het leven van je kind. Die veranderingen merk je ook in je portemonnee.
Want hoewel schoolboeken tegenwoordig gratis zijn, zijn er nog altijd zaken waar je wel voor moet betalen.
Voor wie dit niet gemakkelijk kan betalen, zijn er diverse mogelijkheden om een tegemoetkoming in de kosten te krijgen.

Hier vind je een overzicht van bronnen met informatie over mogelijke bijdrage in de schoolkosten.

Wat als mijn kind extra ondersteuning of speciaal onderwijs nodig heeft?

Sommige kinderen hebben wat extra hulp nodig om een vmbo-diploma te behalen. Veel scholen bieden daarvoor passend onderwijs aan.

Lees hier meer over de verschillende mogelijkheden van passend onderwijs.

Kijken naar de kwaliteit van een school

Je kiest natuurlijk een leuke school, maar liefst ook een goede.
Een school waar je kwaliteitsonderwijs krijgt om uiteindelijk je eindexamen te halen.

Maar hoe weet je of een school goed is?

Lees hier meer.

Het is even wennen!

Het ene kind is sneller gewend aan het nieuwe leven in het voortgezet onderwijs dan het andere. De één vindt alles meteen geweldig, een ander voelt zich pas na een paar weken een beetje thuis op de nieuwe school. Als ouder kun je helpen om de overstap te versoepelen.

Een béétje ondersteuning doet vaak al wonderen. Een luisterend oor en wat hulp bij het plannen van het huiswerk. Maak u niet te snel ongerust als jouw kind niet direct aansluiting vindt. Vaak heeft het wat tijd nodig, maar meestal komt het vanzelf goed. Tegelijkertijd zijn er wel gevallen waarin je als ouder moet opletten en ingrijpen. Hieronder enkele tips voor zulke verschillende situaties.

Dit komt wel goed

Moe en huiswerk

‘Als mijn zoon thuiskwam uit de brugklas, wilde hij alleen maar op de bank liggen en tv kijken. Maar dan moest er nog huiswerk gemaakt worden.’

De overstap naar een nieuwe school kost veel energie. De dagen zijn langer, soms moeten kinderen veel verder fietsen, en het dagprogramma is helemaal nieuw. Geen wonder dat het kind de eerste weken moe is. Houd hier rekening mee wanneer je je ergert aan het gehang voor de televisie. Geef je kind, zeker in de eerste periode, de tijd om bij te komen. Het is nu eenmaal zo dat de een graag uitvoering over alle nieuwe ervaringen vertelt, terwijl de ander de nieuwe ervaringen verwerkt door een poosje passief naar de beeldbuis te staren. Heb daar begrip voor, vraag niet te veel en laat hem maar even. Eerst uitrusten, dan huiswerk maken.

Alleen voelen

‘Mijn kind ging als enige van haar klas naar deze VO-school. Ze kende helemaal niemand en voelde zich in het begin wel alleen.’

Veel kinderen moeten nieuwe vrienden maken in de brugklas en dat kost tijd. Daardoor kunnen ze zich in de eerste weken best wat alleen voelen. Als ouder kun je een luisterend oor bieden. Ook kun je samen nog eens kijken naar de 12 tips om nieuwe vrienden te maken, op pagina 62-63 van de VO Gids. Maar maak je niet meteen ongerust. De ervaring leert dat vrijwel alle kinderen uiteindelijk aansluiting vinden in hun nieuwe klas en zich thuis gaan voelen op hun school.

Opletten en ingrijpen

Pesten: wees er alert op

 ‘Mijn dochter werd op de basisschool gepest en is bang dat het in de brugklas weer gaat gebeuren’.

Kinderen die op de basisschool gepest zijn, lopen inderdaad een verhoogd risico dat dit op de nieuwe school weer gebeurt, ook al kennen ze daar niemand. Ze zijn vaak erg onzeker en pubers lijken daar een radar voor te hebben. Het is in zo’n geval belangrijk als ouder een vinger aan de pols te houden. De tijd dat ouders zich niet met pesten bemoeiden, is voorbij. Kinderen kunnen dit vaak niet zelf oplossen en pesten kan grote gevolgen hebben. Wat kun je doen?

* Bespreek allereerst met je kind de tips om nieuwe vrienden te maken (pagina 62-63 van de VO Gids). Lukt het echt niet, laat hem dan lid worden van een nieuwe vereniging of club, zodat hij ook andere mensen leert kennen. Misschien vindt hij meer aansluiting bij kinderen die dezelfde hobby hebben als hij en kan hij de tips daar wel in praktijk brengen. Dat zal hem meteen meer zelfvertrouwen geven.

* Ga een gesprek aan  met de mentor op school en maak afspraken, zodat ook de leraren op school  alert kunnen zijn op pesterijen.

* Wijs je kind op mogelijkheden om over pesten te praten. Behalve bij zijn ouders, kan hij ook terecht bij De Kindertelefoon of Pestweb. Soms vinden kinderen dit veiliger.

* Denk eens over de mogelijkheid van een zomerkamp of cursus ‘Sterker naar de brugklas’ of ‘plezier op school’, die door verschillende instanties (onder meer de GGZ) worden aangeboden. Dit versterkt het zelfvertrouwen van kwetsbare kinderen. Bij de GGZ kost zo’n cursus ongeveer 30 euro.

* Een overstap naar een andere school is eventueel een optie als de sfeer erg verziekt is, maar doe dit niet te snel, want in het algemeen is het geen oplossing. Als het kind erg onzeker is geworden, wordt er op de nieuwe school vaak ook weer gepest. Het is beter om met hulp het pesten te laten stoppen met behulp van de tips hierboven.

Faalangst: pak het aan

‘Mijn dochter is zo zenuwachtig voor toetsen. Ze zit hele avonden te leren, maar door de stress is ze de volgende dag alles weer vergeten en haalt ze weer een onvoldoende.’

Als dit probleem aanhoudt, is er misschien sprake van faalangst. Faalangst wordt officieel omschreven als de angst niet te voldoen aan de gestelde verwachtingen. Het komt ook voor bij jonge kinderen in de brugklas.

Negatieve faalangst
Soms zie je kinderen die tot diep in de nacht zitten te leren, en de volgende dag bij de toets ineens een volledige blackout hebben. Door de stress weet het kind het niet meer. Dit wordt negatieve faalangst genoemd. Als dit lang duurt, lijden de schoolprestaties er behoorlijk onder, want het kind gaat steeds negatiever over het eigen kunnen denken en het raakt steeds meer gestrest, waardoor de cijfers steeds slechter worden. Zulke gestreste kinderen kunnen echt schoolziek worden. Deze vorm van faalangst moet dan ook aangepakt worden. Zoek er professionele hulp bij. Kaart het op school aan, bij de mentor en/of de schoolpsycholoog. Er bestaan speciale faalangsttrainingen, die via school of via een kinderpsycholoog aan te vragen zijn.

Positieve faalangst
Positieve faalangst komt overigens ook wel voor. Dit zijn onzekere kinderen, die hard werken en ook goede cijfers halen, maar toch steeds aan zichzelf twijfelen. ‘Hij verwacht steeds een 3 te krijgen. Terwijl hij bijna altijd prima cijfers scoort, maar dat is dan volgens hem weer enorme mazzel’. Bij de meeste kinderen gaat dit vanzelf over. Een beetje spanning voor een toets is gezond, maar mocht je kind echt erg onzeker blijven en er gestrest van raken, dan kan het toch zinvol zijn dit te bespreken met de mentor en misschien een schoolpsycholoog.