Menu

Adviesbrief 2019 Onderwijsconcept nr. 4: Vrijeschoolonderwijs

Geschreven door Carla Stiekema
Bewerkt door Sabine Upperman

Sommige kinderen willen niet alleen maar kennis opdoen uit de schoolboeken. Zij willen ook creatief bezig zijn, met tekenen, schrijven, muziek, theater – met wat dan ook. En hun ouders vinden het belangrijk dat een school verder kijkt dan de prestaties van hun kind: een school draait ook om zelfontplooiing, om sociale en emotionele ontwikkeling. Het vrijeschoolonderwijs sluit goed op deze visie aan.

In deze video vertellen oud-leerlingen over hoe zij hun schooltijd op een vrijeschool hebben ervaren en wat ze daarvan hebben meegenomen in hun verdere leven.

Wat is vrijeschoolonderwijs?

Leren met hoofd, hart en handen: dát staat centraal in het vrijeschoolonderwijs. Dit onderwijsconcept is gebaseerd op het mensbeeld uit de antroposofische leer van de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner (1862-1925). Een goede balans tussen denken, voelen en handelen, leidt volgens het vrijeschoolonderwijs tot volwassenwording. Deze antroposofische grondslag betekent bovendien een sterke nadruk op het bewustzijn en een spirituele dynamiek; zonder als doel te hebben kinderen een bepaalde religieuze overtuiging mee te geven. Op een vrijeschool gaat het om de cognitieve, inventieve, originele en creatieve ontwikkeling van de geest.

Vrijescholen zijn vrij om hun onderwijs zelf in te richten, maar kennen enkele gemeenschappelijke kenmerken (1). Vrijescholen beschouwen leren bijvoorbeeld als een creatief proces. Zij prikkelen de creativiteit van leerlingen met aandacht voor kunstzinnige vakken en geven de ruimte voor originele invalshoeken. Andere typische kenmerken van vrijescholen zijn het volgen van de seizoenen en het ritme van de natuur en het ‘periodeonderwijs’. Aan de hand van een bepaald thema verdiepen de leerlingen zich ’s ochtends in de belangrijkste vakken. Daarnaast zijn er ‘vaklessen’ waarin de leerlingen kunnen oefenen. In hun periodeschriften verwerken de leerlingen het geleerde, waardoor het persoonlijke werkstukken worden. Euritmie (bewegen met klank, ritme en woord) ondersteunt bovendien alle vakken vanuit het idee dat de sociale samenhang hiermee wordt gestimuleerd en kinderen zich openstellen voor de eigenheid in relatie tot de ander en de omgeving. In dit onderwijs wordt rekening gehouden met de ontwikkelfase van de leerling.

Voor wie is vrijeschoolonderwijs?

Het vrijeschoolonderwijs is in principe geschikt voor alle kinderen, maar het spreekt vooral kinderen (en ouders) aan die een school zoeken met meer dan alleen aandacht voor de cognitieve vakken. Leerlingen met een brede interesse in bijvoorbeeld natuur, ambacht, toneel, tekenen en/of zingen, krijgen op een vrijeschool mogelijkheden om hun talenten en vaardigheden te ontwikkelen.Het is overigens niet noodzakelijk dat een kind eerst naar een vrije basisschool is geweest. Na een ingrijpende wijziging in de inrichting van het vrijeschoolonderwijs is de doorstroom van regulier basisonderwijs naar het voortgezet vrijeschoolonderwijs vereenvoudigd.

In 2015 heeft DUO Onderwijsonderzoek, in opdracht van de Vereniging van vrijescholen, onderzocht waarom leerlingen en hun ouders wel of niet voor het vrijeschoolonderwijs kiezen. De goede sfeer en de mogelijkheid tot creatieve ontplooiing spreken zowel leerlingen van primair vrijeschoolonderwijs en leerlingen van andere basisscholen aan. Ook de kleinschaligheid en eerdere ervaringen met de vrijeschool zijn voor leerlingen redenen om voor dit vervolgonderwijs te kiezen.

Als voor ander voortgezet onderwijs wordt gekozen door leerlingen die op een vrije basisschool hebben gezeten, heeft dat vaak met de afstand van huis tot school te maken (2).

Waarom vrijeschoolonderwijs?

Vrijescholen kennen een toenemende populariteit, zowel in het primair als het voortgezet onderwijs. In de afgelopen tien jaar zijn de leerlingaantallen in het voorgezet vrijeschoolonderwijs gegroeid met bijna 60%. In haar lectorale rede beschrijft Aziza Mayo de oorzaak hiervan als de combinatie van zichtbare verbeteringen op het gebied van kwalificatie en het toenemend belang vanuit de samenleving aan onderwijs dat bijdraagt aan duurzaamheid (3). Begin 2019 zijn er vijf initiatieven voor nieuwe vrijescholen in Nederland.

De antroposofische samenhang tussen hart, hoofd en handen uit het vrije basisonderwijs blijft uitgangspunt. De leerlingen leren beeldend en causaal denken en zich in te leven, om zo het onderzoekend vermogen aan te spreken. In de ervaringsgerichte werkweken en de kunstzinnige projecten kunnen de leerlingen verschillende leerprocessen integreren. Zij oefenen zowel praktische als sociale aspecten: ze moeten zich inleven, zelf organiseren, spelen verschillende rollen, plegen overleg en zoeken een esthetische benadering. Daarmee worden ze breed gevormd.

Wat is de kwaliteit van het vrijeschoolonderwijs

De vrijescholen hebben niet alleen een flinke sprong in aantal gemaakt, maar ook in kwalitatieve ontwikkeling. In haar vergelijking tussen vrijescholen met reguliere scholen voor voortgezet onderwijs concludeerde Hilde Steenbergen nog dat vrijescholen op bijna alle cognitieve opbrengsten lager scoren (4). Op andere aspecten is het beeld als volgt: vrijeschoolleerlingen zijn autonomer, hebben een beter academisch zelfbeeld en een betere relatie met hun leraren. Tegelijk zijn ze minder emotioneel stabiel, minder extravert en minder ordelijk.

De afgelopen tien jaar hebben vrijescholen voor voortgezet onderwijs hard gewerkt om te komen tot een optimale combinatie van de cognitieve opbrengsten en de pedagogische visie. Zo zijn er begin 2019 geen vrijescholen in het voortgezet onderwijs die door de Inspectie aangemerkt worden als onvoldoende of zwak. Voor de meest recente inspectierapporten, kunt u hier klikken.

In 2018 heeft de vereniging van Vrijescholen de Staat van het Vrijeschoolonderwijs uitgebracht, naar voorbeeld van De Staat van het Onderwijs van de inspectie, als inspiratie voor de dialoog over wat goed onderwijs is, over actuele vraagstukken en over de koers die de vrijescholen samen varen (5). Hierin staat onder andere beschreven dat er wordt gewerkt met een gezamenlijk kwalificatiekader binnen de vrijescholen, dat leraren lesstof delen via een wiki-platform, dat er jaarlijks een vak- en werkgroepconferentie is en dat leraren een verdiepende post-hbo opleiding kunnen volgen, om de kwaliteit te waarborgen. Het lectoraat van Mayo, Waarde(n) van Vrijeschoolonderwijs van de Hogeschool Leiden, doet blijvend onderzoek naar de opbrengsten en innovatiemogelijkheden van vrijescholen.

Is er een vrijeschool in de buurt?

Lange tijd waren er slechts enkele vrijescholen in Nederland, maar inmiddels zijn er over de honderd vrijescholen voor primair en voortgezet onderwijs in Nederland. Naast de ruim 20 vrijescholen voor voortgezet onderwijs zijn er enkele in oprichting, in meer of minder gevorderd stadium. Bovendien zijn er in de afgelopen vijf jaar drie vrijescholen op vmbo-niveau opgericht.

Wilt u weten of er een vrijeschool in de buurt zit? Bekijk het overzicht.

 Via de SchoolWijzer van de VO Gids kunt u meer informatie vinden over de vrijescholen in uw regio. Vul uw postcode in, zoek en filter de resultaten vervolgens door ‘Vrijeschool’ als onderwijsconcept aan te vinken.

Meer weten?

Wilt u meer weten over vrijescholen in het voortgezet onderwijs?

  • In deze special over 21st century skills van HJK vindt u eveneens leestips en toelichting op enkele kernwaarden (2016).
  • Wat verklaart het succes van de vrijescholen? Die vraag staat centraal in dit themanummer over de vrijeschool in het Montessori Magazine (2015)
  • Leerlingen van de Vrije School Den Haag geven in deze video uitleg over hun school (2012).

 

  • Leerlingen van de Bernard Lievegoed School Maastricht leggen in deze video uit wat de vrijeschoolfilosofie in de praktijk inhoudt (2013)

 

 

 

Bronnen in de tekst

(1) Vereniging van vrijescholen (2019), “Maak kennis met de vrijeschool”. Website
(2) Vereniging van vrijescholen (2015), “Kiezen voor de vrijeschool”. Verkorte versie. Of T. van der Linden, J. Gommers/DUO Onderwijsonderzoek (2015), “Onderzoek naar de motieven om wel of juist niet te kiezen voor een vrijeschool”. In opdracht van Vereniging van vrijescholen. Volledige rapportage. Online PDF
(3) A. Mayo (2015), Autonomie in verbondenheid. Waarde(n)vol onderwijs voor nu en voor de toekomst”. Lectorale rede, Hogeschool Leiden. Online PDF
(4) H. Steenbergen (2009), Vrije en reguliere scholen vergeleken. Een onderzoek naar de effectiviteit van Vrije scholen en reguliere scholen voor voortgezet onderwijs. Online PDF
(5) Vereniging van vrijescholen (2018), “De Staat van het Vrijeschoolonderwijs”. Online PDF