Heb je leerling in je klas van wie je vermoedt dat deze niet geschikt is voor het regulier onderwijs? Of denk je dat een leerling door sociaal-emotionele problemen het vmbo-niveau niet haalt? Misschien is voor deze leerling het praktijkonderwijs een goede stap.
“Na de praktijkschool ben ik op ROC Da Vinci College de mbo-opleiding Timmerman niveau 2 gaan doen. Nu ben ik leerling-timmerman bij een bouwbedrijf. Het allerleukste daaraan vind ik van niets iets maken!”
Kris, oud-leerling De Brug, Zaltbommel
In het praktijkonderwijs (PrO) leren de leerlingen vooral in de praktijk. Door te doen, met hun handen te werken. Met praktijkonderwijs kunnen leerlingen meteen aan het werk. Het PrO leidt ook op voor een vervolgopleiding in het mbo.
Scholen voor praktijkonderwijs streven ernaar hun leerlingen onderwijs te geven op niveau 1F. Met niveau 1F kunnen de meeste kinderen terecht in het voortgezet onderwijs, waarmee ook doorstroom naar het mbo op niveau 1 mogelijk is.
Het onderwijs is gegroepeerd rondom vier thema’s: wonen, werken, vrije tijd en burgerschap. Ieder kind heeft eigen ambities, interesses en mogelijkheden, een leerling volgt daarom een eigen leerroute. De leerling en de ouders bepalen samen met de school hoe die leerroute eruit ziet.
In de oriënterende leerjaren 1 en 2 ontdekken kinderen waar ze goed in zijn en ook wat ze leuk vinden. Naast taal en rekenen krijgen de leerlingen praktijkvakken en lessen in sociale vaardigheden. Vanaf leerjaar 3 start de specialisatiefase. Leerlingen kiezen dan een richting in bijvoorbeeld techniek, groen, economie of zorg en welzijn. In de specialisatiefase worden de basislessen in taal en rekenen minder en krijgen de leerlingen meer les in de praktijk van de richting die ze hebben gekozen. Daarmee kunnen de leerlingen hun stage in. Stageperiodes zijn er in de leerjaren 3, 4 en 5.
Praktijkonderwijs is voor kinderen tot en met 18 jaar die wel een vak kunnen leren, maar voor wie het vmbo te zwaar is. Bijvoorbeeld omdat ze het leertempo in de lessen te snel vinden, of liever bezig zijn iets te maken.
Om tot het praktijkonderwijs te worden toegelaten, heeft een leerling de indicatie TLV-PrO nodig. Deze indicatie vraagt een school aan bij een Samenwerkingsverband Passend Onderwijs. Voor de indicatie TLV-PrO gelden deze voorwaarden:

‘Het praktijkonderwijs zorgt ervoor dat kinderen weer trots kunnen zijn op zichzelf.’ Zei de bevlogen directeur van een Amsterdamse praktijkschool.
Als leerkracht van groep 8 weet jij als geen ander dat leerlingen die naar het PrO gaan, het niet makkelijk hebben op de basisschool. Ze hebben moeite met de lesstof en krijgen niet vaak complimenten over hun prestaties. Op het PrO leren kinderen door te doen, met de nadruk op wat ze wél kunnen. Door positieve ervaringen gaan leerlingen zich weer prettig voelen op school. Zij kunnen zichzelf zijn, durven vragen te stellen.
Op het PrO komen leerlingen in een omgeving waarin ze alle ruimte krijgen om zich te ontwikkelen op een manier en in een richting die bij hen past. Ook leren zij hoe ze zelfstandig kunnen werken. Hun zelfredzaamheid wordt daarmee vergroot, zodat ze hun sociale vaardigheden ontwikkelen en praktische zaken leren uitvoeren, zoals koken, persoonlijke verzorging en het bijhouden van het huishouden.
Diploma en branchecertificatenOud-leerlingen komen te werken in de metaal- of houtbewerking, in de bouw en bestrating, maar ook in de groenvoorziening of de verzorgende sector, schoonmaak, detailhandel, productie of in een magazijn. Sommigen stromen door naar een mbo-opleiding op niveau 2.
Tijdens hun opleiding halen leerlingen branchecertificaten, bijvoorbeeld om meteen als verkoop- of magazijnmedewerker aan de slag te gaan. Of als medewerker groenvoorziening of heftruckchauffeur. Door samenwerking met een regionaal mbo kan een leerling op het PrO een mbo-diploma op niveau 1 te behalen.
Sinds 2022 krijgen ook leerlingen van het PrO (en het VSO) een officieel diploma. Omdat de leerroutes op de persoon zijn afgestemd, bepaalt de school wie voor een diploma in aanmerking komt op basis van het portfolio en de leerroute. Deze geven een goed beeld wie de leerling is en hoe de ontwikkeling naar het einde van leerroute is verlopen.
Alle praktijkscholen voldoen aan de gestelde normen, aangetoond in de rapporten van de Inspectie van het Onderwijs. Sommige praktijkscholen behaalden het predicaat Excellente School. Wanneer dit predicaat wordt toegekend, wordt uitgelegd op de website van Excellente Scholen. Wil je weten hoe het precies zit, en ben je nieuwsgierig naar een compleet overzicht? Je vindt het op Excellente Scholen.
In Nederland zijn ruim 177 PrO-scholen. Sommige scholen zijn verbonden aan een scholengemeenschap of een mbo. Gebruik de zoekmachine van de VO Gids: vul in de SchoolWijzer je postcode in en vink ‘pro (praktijkonderwijs)’ aan als filter voor de zoekresultaten.
Wil je meer weten over het praktijkonderwijs in Nederland? Je leest meer op de website van de Sectorraad Praktijkonderwijs. Je vindt er achtergrondinformatie over het praktijkonderwijs, nieuws over ontwikkelingen en persoonlijke verhalen van betrokkenen.