Voor de meeste kinderen is het wennen op de nieuwe school. De ene brugklasser voelt zich heel snel thuis, de ander vindt het lastig een eigen plek te vinden. Er is ook veel om aan te wennen. In welk lokaal moet je zijn, bij welke leraar? Waar kun je rustig je boterham eten?
Als ouder of verzorger kun je helpen om de overstap wat makkelijker te maken. Door bijvoorbeeld te helpen een planning te maken voor het huiswerk. Luisteren naar alle belevenissen. Vragen stellen hoe je kind zich voelt.
Duurt het je te lang dat je kind geen aansluiting vindt? Meestal komt het goed. Misschien heeft jouw kind meer tijd nodig om te wennen aan het nieuwe ritme van een schooldag. Of je kind heeft meer last van prikkels dan op de basisschool.
Er zijn wel situaties waar je als ouder alert op moet zijn. Een enkele keer gaat het na maanden nog niet zo goed. Zijn er problemen zoals de ouders hieronder beschrijven? Zoek dan hulp bij de mentor van de brugklas van je kind, andere ouders of anderen die je vertrouwt.
‘Als mijn zoon thuiskwam uit de brugklas, wilde hij alleen maar op de bank liggen en tv kijken. Maar dan moest er nog huiswerk gemaakt worden.’
De overstap naar een nieuwe school kost veel energie. De schooldagen zijn langer en het dagprogramma is helemaal nieuw. Soms moeten kinderen verder fietsen. Geen wonder dat het kind de eerste tijd moe is en geen energie heeft.
Geef je kind de tijd om te wennen aan de nieuwe situatie. Sommige kinderen verwerken hun ervaringen als ze naar de beeldbuis staren. Op een gegeven moment zijn ze gewend aan de nieuwe situatie en zijn eerder uitgerust om aan hun huiswerk te beginnen.
In de VO Gids staan handige huiswerktips. Bekijk ze samen met je kind en bespreek met je kind wat bij haar of hem past.
‘Mijn kind ging als enige van haar klas naar deze vo-school. Ze kende helemaal niemand en voelde zich in het begin wel alleen.’
Het kost tijd om vrienden te maken, zeker als je kind als enige uit groep 8 naar de nieuwe school gaat. Het duurt even voor een kind weet hoe het nieuwe vrienden moet maken. Dat ze zich in het begin best wat alleen voelen, hoort erbij.
Als ouder of verzorger kun je luisteren naar je kind. Vraag naar hoe de schooldag was en waar het plezier in had. Lees samen het artikel Een nieuwe school in de VO Gids en praat erover. Vrijwel alle kinderen vinden aansluiting bij andere kinderen en weten hun weg te vinden op de nieuwe school.
Wil je samen met andere ouders eens praten over hoe je je kind begeleidt? De Overbruggers organiseren workshops van 2 uur waarin je je ervaringen kunt delen met andere ouders.
‘Mijn dochter is zo zenuwachtig voor toetsen. Ze zit hele avonden te leren, maar door de stress is ze de volgende dag alles weer vergeten en haalt ze weer een onvoldoende.’
Sommige kinderen leren tot diep in de nacht en de volgende dag bij de toets zijn ze alles compleet vergeten. Door de stress en de zenuwen weet het kind het niet meer. Dit heet negatieve faalangst.
Duurt deze situatie te lang, dan denkt het kind steeds negatiever over de eigen prestaties en neemt de stress alleen maar toe. Ze weten zeker dat ze voor een toets niet slagen. De cijfers worden steeds slechter, wat het kind als bewijs ziet dat het niet goed genoeg is.
Zulke gestreste kinderen kunnen echt schoolziek worden. Deze vorm van faalangst moet dan ook aangepakt worden. Zoek er professionele hulp bij. Vraag ernaar op school, bij de mentor of de schoolpsycholoog. Er bestaan speciale trainingen om kinderen over deze faalangst heen te helpen.
Positieve faalangst komt ook wel voor. Deze kinderen zijn onzeker, werken hard en halen goede cijfers. Toch blijven ze steeds aan zichzelf twijfelen. Bijvoorbeeld dat het kind verwacht een 3 te krijgen voor een toets. Als dat dan een 8 blijkt te zijn, zegt het kind ‘enorme mazzel’ te hebben gehad. Deze vorm van faalangst gaat bij de meeste kinderen vanzelf weer voorbij.
Een beetje spanning voor een toets is gezond. Blijft je kind erg onzeker en toont het veel stress, dan kan het toch zinvol zijn er met de mentor over te hebben, en misschien een schoolpsycholoog.
‘Mijn dochter werd op de basisschool gepest en is bang dat het in de brugklas weer gaat gebeuren’.
Kinderen die op de basisschool gepest zijn, lopen een verhoogd risico dat het op de nieuwe school weer gebeurt, ook al kennen ze daar niemand. Ze zijn vaak erg onzeker en pubers lijken daar een radar voor te hebben.
Het is in zo’n geval belangrijk als ouder of verzorger er alert op te zijn. Kinderen kunnen dit meestal niet zelf oplossen en pesten kan grote gevolgen hebben. Wat kun je doen?
Op School en veiligheid vind je nog veel meer informatie over omgaan met pesten en ander ongewenst gedrag.