Wie naar een middelbare school wil, krijgt steeds vaker te maken met een centrale loting. Leerlingen leveren een voorkeurslijst in en een algoritme bepaalt via loting op welke school zij terechtkomen. Waarom hebben steeds meer steden dit systeem, hoe werkt het precies en wat doe je als je bent uitgeloot voor je favoriete school?

Niet elke school is even populair. Om te zorgen dat iedereen evenveel kans heeft om op een school te komen, werken steeds meer regio’s met een lotingsysteem. Vroeger moesten leerlingen zich namelijk bij de school zelf aanmelden. Met zo’n 8000 basisschoolverlaters en ongeveer 10.000 plekken is er in principe plek genoeg.
Maar niet alle 65 middelbare scholen zijn even populair en dat zorgde voor chaos. Om een plekje op zo’n populaire school te bemachtigen, stonden ouders uren in de rij. Soms zetten ze zelfs een tent voor de school op of probeerden ze via vriendjespolitiek een plekje voor hun kind te bemachtigen. Leerlingen van ouders met minder tijd of een kleiner netwerk kwamen pas aan de beurt
als de school al vol zat. Ze belandden in een tweede of derde aanmeldronde en kwamen vaak op een school terecht waar ze helemaal niet naartoe wilden.
Om een einde te maken aan die oneerlijke praktijken, krijgen leerlingen sinds 2015 een willekeurig lotnummer en heeft iedereen evenveel kans om op een populaire school te komen.
In Amsterdam werd in 2015 de Centrale Loting en Matching ingevoerd om de chaos en ongelijkheid rondom het aanmelden op te lossen. Amsterdam is niet de enige stad die werkt met een lotingsysteem. Steeds meer regio’s kiezen ervoor om de leerlingen op een eerlijker manier te verdelen. Welk systeem zij gebruiken, hangt vooral af van de druk op de scholen.
Maar ook een andere aanpak is mogelijk:
Voor Eindhoven, Utrecht, Den Haag en Rotterdam zijn de procedures regionaal en kunnen ieder schooljaar wijzigen.
Het systeem Centrale Loting en Matching verdeelt via een computer in één grote centrale ronde alle leerlingen op een eerlijke en transparante manier over de beschikbare plekken. Daarbij wordt rekening gehouden met de voorkeuren die leerlingen zelf opgeven tijdens de landelijke Aanmeldweek. Heb je een havo- of vwo-advies? Dan moet je 12 voorkeursscholen opgeven, voor vmbo-gl en -tl zijn dat er 6 en voor vmbo-basis en -kader zijn dat er 4.
Na de aanmeldperiode krijgt elke leerling een willekeurig lotnummer. De leerling met lotnummer 1 wordt als eerste geplaatst, daarna lotnummer 2, enzovoort. Hoe hoger je lotnummer, hoe groter de kans dat de school van je eerste voorkeur al vol zit. Het systeem kijkt dan naar de volgende school op je voorkeurslijst waar nog plek is.
Na de loting krijg je een digitaal bericht. Daarin staat je lotnummer, op welke school je bent geplaatst en of je op een reservelijst staat. Heb je de aanmeldweek gemist of wil je een andere voorkeurslijst kiezen? Dan kun je meedoen aan de tweede ronde. Je maakt dan een nieuwe lijst met scholen waar nog plek is, zodat je alsnog een school kunt vinden die bij je past.
Alle leerlingen worden op een school van hun voorkeurslijst geplaatst. Vorig jaar werd 73,85% van de leerlingen op de eerste school van de voorkeurslijst geplaatst, 91% binnen de top 3 en 95,54% binnen de top 5. Deze percentages zijn iets lager dan eerdere jaren, toen meer dan 80% van de leerlingen een plekje kreeg op de school die bovenaan de voorkeurslijst stond.
Het is nogal wat om 8 of 12 voorkeursscholen op te geven, laat staan zo veel open dagen te bezoeken. Het komt elk jaar voor dat leerlingen op een school geplaatst worden waar ze nooit zijn geweest en eigenlijk niet naartoe willen. Wat kun je doen als je wordt uitgeloot bij de school van je eerste voorkeur? En hoe erg is dat eigenlijk?
Om met het slechte nieuws te beginnen: je hebt weinig invloed op waar je geplaatst wordt. Je kunt meedoen aan de tweede ronde, maar dat heeft alleen zin als er nog plek is op de school van je keuze. Bij populaire scholen is die kans meestal klein.
Het goede nieuws: de meeste leerlingen die niet op hun favoriete school terechtkomen, hebben het uiteindelijk prima naar hun zin op hun school. Mare is een van die leerlingen. Zij werd op de
negende school van haar voorkeurslijst geplaatst. “Mijn moeder en ik barstten in tranen uit toen we zagen waar ik was ingeloot. Ik wist niets van de school en kende ook niemand die er naartoe ging.” Inmiddels zit Mare in 4 vwo en zit ze helemaal op haar plek. “Ik maakte in de brugklas gelijk veel vrienden waardoor ik me nooit eenzaam heb gevoeld. Ik denk dat de sfeer, je klas en je vrienden je
schoolperiode bepalen. Op welke school je zit, is uiteindelijk minder belangrijk.”
Uit onderzoek blijkt, dat leerlingen die uitgeloot werden:
Nu kun je denken: fijn dat Mare het naar haar zin heeft, maar hoe gaat het met andere leerlingen die zijn uitgeloot op hun favoriete school? In opdracht van de vereniging van Amsterdamse schoolbesturen OSVO deden de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Rijksuniversiteit Groningen onderzoek naar het effect van centrale loting en matching. Zij keken naar de jaren tussen 2015 en 2021. De onderzoekers zagen dat de leerlingen in het eerste jaar van de middelbare school nog wat minder tevreden zijn met hun niet-voorkeursschool. Na het eerste jaar wordt die ontevredenheid snel minder. Net als Mare hebben de meeste leerlingen het dus prima naar hun zin.
Uitgeloot zijn heeft ook geen invloed op het aantal vrienden. Waar het wel effect op heeft? Op de studiehouding. Vmbo- en vwo-leerlingen besteden meer tijd aan huiswerk en havo- en vwo-leerlingen worden minder vaak uit de les gestuurd. Havo-leerlingen komen minder vaak te laat en havo- en vwo-leerlingen lijken iets hogere cijfers te halen.
Ook is in het onderzoek gekeken naar het effect van uitloting op leerlingen die als voorkeur een categoriaal gymnasium hadden opgegeven. Vaak wordt gedacht dat leerlingen daar last van hebben. Maar ook dát is volgens de onderzoekers niet het geval. Zij constateren, dat leerlingen die na uitloting op een brede scholengemeenschap of een havo- of vwo-school terecht kwamen, net zo tevreden zijn met hun leven en hun school als leerlingen die wél op het categorale gymnasium van hun eerste keuze terechtkwamen.
Het komt vaak voor dat leerlingen een school helemaal niet kennen, als die laag op hun voorkeurslijst stond. Op de school van Mare melden zich elk jaar ouders en leerlingen met de vraag of ze toch nog een kijkje mogen komen nemen. Aannamecoördinator Sara Vlamings van de school van Mare, Geert Groote College Amsterdam, vindt het belangrijk om deze leerlingen te laten zien waar ze straks naar school gaan. “Als ze een rondleiding krijgen, zie je de geruststelling in hun ogen. Daardoor starten ze met een open, positieve blik en voorkom je dat leerlingen halverwege het jaar nog van school wisselen.”
De meeste scholen benaderen nieuwe leerlingen niet actief voor dit soort bezoeken. Ben je ingeloot op een school die je niet kent en vind je dat spannend? Dan loont het de moeite om zelf contact op te nemen en te vragen of een bezoekje mogelijk is.
Sinds een paar jaar krijgen leerlingen in Amsterdam geen voorrang meer op de middelbare school waar hun broers of zussen al op zaten. Leerlingen van een montessori-, dalton- of basis-vrijeschool krijgen ook geen voorrang meer als zij naar een middelbare school met dezelfde onderwijsrichting gaan.
In regio’s waar een centrale lotingsprocedure geldt, krijgen leerlingen een eerlijke kans op een plek op een populaire middelbare school. Hoewel niet iedereen op de school van eerste voorkeur terechtkomt, laat onderzoek zien dat de meeste leerlingen zich al snel thuis voelen op hun nieuwe school. Een plek op een andere school dan gehoopt voelt misschien als een teleurstelling, maar voor de meeste leerlingen pakt het uiteindelijk prima uit.
Artikel: Marijn Ruhaak