Alle kinderen in groep 8 maken een doorstroomtoets, meestal eind januari. De doorstroomtoets meet de reken- en taalvaardigheden van een leerling. Daaruit vloeit het toetsadvies of schooladvies voort.
De leerlingen hebben al een voorlopig schooladvies gekregen. Niemand kan van tevoren vaststellen wat het niveau van het kind is. Je kind zit nog middenin een ontwikkeling en wil misschien nog te veel verschillende dingen.
Blijkt uit de toets dat de doorstroomtoets moet worden bijgesteld, dan doet de school dat omdat het in het belang van het kind is. Als de school besluit om het advies niet bij te stellen, dan moet daar een goede motivatie en uitleg over gegeven worden.
In het proces van schooladvies geven aan een leerling blijft het advies van de leerkracht leidend. Want de leerkracht kijkt niet alleen naar prestaties, maar houdt ook rekening met motivatie, werkhouding en leerontwikkeling over een langere periode.
Ook maken scholen verplicht gebruik van een leerlingenvolgsysteem (LVS), waarmee zij van groep 3 tot en met groep 8 de ontwikkeling van uw kind volgen. Wat ze monitoren leggen ze vast in dat systeem. Lees er meer over op de uitleg over toetsen op de basisschool.

Scholen kiezen zelf welke doorstroomtoets ze aan hun leerlingen in groep 8 voorleggen. Er zijn verschillende doorstroomtoetsen waaruit de school kan kiezen. De Cito-toets is het meest bekend. Maar er zijn er meer, zoals de IEP-toets, de DIA-toets en de DOE-toets. Op de website Van po naar vo lees je meer over de doorstroomtoets.
Scholen kiezen zelf welke doorstroomtoets leerlingen moeten maken. Alle toetsen voldoen aan de eisen van de Rijksoverheid. Sommige toetsen bestaan vooral uit meerkeuzevragen, andere zijn een combinatie van meerkeuzevragen en open vragen.
De resultaten van de doorstroomtoetsen worden gebruikt voor landelijke monitoring. Dan krijgt de overheid inzicht in de gemiddelde prestaties van basisschoolleerlingen. Zo hebben de resultaten ook invloed op beleidskeuzes voor het onderwijs.
Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, zijn er aangepaste doorstroomtoetsen beschikbaar. Bijvoorbeeld voor een kind met dyslexie of dat slechtziend is. De school beslist welke versie van de doorstroomtoets uw kind doet.
Er zijn uitzonderingen voor ernstig meervoudig gehandicapte kinderen of kinderen die zeer moeilijk leren. Hoe het precies zit met een aangepaste doorstroomtoets, legt de Rijksoverheid uit op hun website.
